Kinderen

Ik keek door het raam en zag jou staan,
je draaide je om en keek mij aan.
Met een rode bos haar,
stond jij vrolijk daar.
Je ogen, stralend en groen,
met een blik, wie zal mij wat doen.

Ik keek naar het scherm en zag jou staan,
je keek mij recht aan.
Met een koppie vol zwart haar,
stond je wezenloos daar.
Met ogen triest en grauw,
als een kat in het nauw.
Een kind zo verdrietig en alleen,
niet wetend wat te doen en waarheen.

Twee kinderen, zoveel verschil,
is dit wat de wereld wil.
Nee kinderen horen gelukkig te zijn,
zonder verdriet en pijn.
Verdrietig draai ik mijn hoofd om,
wat zijn de mensen toch dom.

© Patricia 2003