Vroeger

Ik zat lekker rustig in de tuin te soezen in het zonnetje toen de hond aangaf dat het de hoogste tijd was voor zijn ommetje.
Aangezien hij mij dan lief, maar toch dwingend, hypnotiserend aan gaat zitten kijken stond ik maar zuchtend op. Ik zat net zo lekker maar voldeed toch maar aan zijn verzoek.
Kwispelend liep hij vrolijk mee naar het park, af en toe stoppend om een boom of struik grondig te inspecteren. Het was niet druk in het park.

Na een fikse wandeling rond het meertje ging ik lekker op een bankje zitten.
Een tijdje later zag ik langzaam, heel langzaam een man, hij liep met een stok, schuifelend mijn kant uitkomen.
Toen hij vlak bij mij was zei hij ”dag mevrouw, lekker weertje he”
Ik beaamde dat en keek hem aan. Het was een man met een vriendelijk gezicht.
Hij ging zitten en begon te praten, hij had duidelijk behoefte om even een praatje te maken.
Aangezien ik geen haast had en het ook altijd leuk vindt om met mensen te praten ging ik er ook eens even lekker voorzitten.
Is dat uw hond, vroeg hij, ja zei ik, leuk beestje, zei hij weer. Ik heb ook altijd een hond gehad, vertelde hij, eerst een gewoon niets aan de hand beestje en later een herder. Dat was een lief beest mevrouw, maar ach aan alles komt een eind en nu kan ik het niet meer.
Mijn vrouw is er niet meer, de kinderen wonen ver weg en hebben hun eigen leven en ik woon nu nog wel alleen maar het gaat moeizaam mevrouw.
Maar ik wil nog zolang mogelijk alleen wonen.
Ik krijg wel hulp, ze komen mijn huisje doen en de buurvrouw kookt af en toe voor mij.
Maar als je ouder wordt kun je steeds minder mevrouw, zei hij. Hij keek mij even aan en zijn blik gleed over het water. Langzaam vervolgde hij zijn verhaal.

Ik weet nog vroeger, ik had een klein winkeltje mevrouw, zo’n klein buurtwinkeltje, waar de hele buurt hun spulletjes kwam kopen. Iedereen kende iedereen in het dorpje waar ik toen woonde. Gezellig was dat en de mensen hadden nog wat voor elkaar over.
Je schreef nog met een krijtje je spullen op een groot bord.
Later hadden de kinderen op school een pen met inkt en schreven in een schriftje.

Ineens was ik goed bij de les, want nu kwam hij op een gebied wat ik ook kende. Immers ik heb ook met een kroontjespen leren schrijven en inkt gemorst omdat mijn pen te ver in de inkt ging en straf gekregen omdat ik weer inktvlekken in mijn schriftje had.
Nooit kreeg ik een leuk plaatje omdat het er zo netjes uitzag in mijn schriftje

Ik luisterde weer naar de man die naast mij zat.
Weet u mevrouw, ik denk, hoewel er vroeger ook best erge en nare dingen gebeurde dat het nu toch veel erger is. Ik beaamde wat de man zei, dat hoewel ik toch nog een stuk jonger was, ik ook neigde naar vroeger.

Kijk mevrouw ging hij verder, neem het huiselijke, wij zaten zaterdag ‘s-avonds met z’n allen spelletjes te doen. Nu zit ieder kind alleen op zijn kamer een video spelletje te spelen of naar de t.v. te kijken, naar programma,s die niet voor kinderen zijn. Een PC. hebben ze tegenwoordig allemaal. En dan mevrouw, hebben ze mij ook zo’n ding gegeven, dan kon ik ze makkelijker bereiken, zeiden ze.
Maar ik weet niets van dat ding. Ze hebben hem neergezet en wat laten zien, maar ik kan het niet meer onthouden en het gaat te vlug allemaal.

Ik zei dat het wel grotendeels waar was, maar dat er best nog ouders zijn die ook spelletjes met de kinderen doen en gezamenlijk naar iets kijken op de t.v.
Ik ben het wel met u eens dat er veel veranderd is en het leven snel gaat, heel erg snel.
Zelfs ik heb af en toe heimwee naar vroeger.
Maar wij leven nu en moeten wel mee met de tijd omdat wij anders achter lopen.

Ik vroeg: U  heeft dus een PC? Ja, zei hij, die heb ik van de kinderen gekregen om met ze de schrijven maar ik kan er niet mee over weg.
Heeft u niemand die het u kan leren vroeg ik, nee zei de man.
Ik vroeg waar hij woonde  en aangezien het niet ver van mij af was, beloofde ik hem dat ik eenmaal per week langs zou komen om hem wat weg wijs te maken op zijn PC.
Als hij voor een lekker bakje koffie zou zorgen zou dat in orde komen.
De man keek mij ongelovig aan.
Wilt u dat doen. ?
Ik kan mij niet voorstellen dat iemand dat zo maar wil doen.

Ja hoor, zei ik, u moet alleen geloven dat er mensen zijn die zoiets nog doen voor een ander.
Ik nam afscheid van hem na afgesproken te hebben wanneer ik zou komen.
Floot naar de hond en liep opgewekt weer naar huis, met het idee dat het zo eenvoudig is om iemand te helpen en gelukkig te maken.

©     Mar klavier 2004 ( Patricia )