Afscheid.

De man pikte een traantje weg, al drie keer had hij haar een antwoordt gegeven op dezelfde vraag.
Geduldig ging hij met haar om, liefdevol deed hij, wat zij niet meer kon.
Ze waren al zolang bij elkaar, een mensenheugenis zeg maar.
Maar de laatste jaren was ze haar geheugen aan het verliezen, aan het dementeren zoals het in de volksmond heette.
Eerst ging het nog, ze vertelde of vroeg iets meerdere keren, maar daar was nog mee om te gaan, had hij ook last van, zo ging het nu eenmaal als je ouder werd.
Maar het laatste jaar, was het steeds erger geworden.
Ze vergat waar ze heen moest, nam haar medicijnen niet in en als hij niet oplette nam ze er soms wel meer in dan mocht.
De artsen hadden er op aangedrongen dat ze naar een verpleeghuis moest.
Maar hij had zich tot nu toe met hand en tand verzet.

Hij had hulp om haar te helpen in de ochtend met wassen en aankleden.
Een dag in de week kwam er iemand die het zware werk deed.
De kinderen deden de boodschappen, hielpen waar het kon en kookte voor hen.
Dus hij had geen klagen, en dat deed hij dan ook niet!  Néééé, zijn vrouw namen ze hem niet zomaar af.
Zoveel hadden ze beleefd, in die 60 jaar, dat ze samen waren.
Zonder hem kon zij niet en zonder haar kon hij niet.
Ze konden lezen en schrijven met elkaar.
Ze hielden veel van elkaar en zonder haar wilde hij niet alleen in het huis blijven.
Maar hij merkte wel dat ze steeds meer achteruit ging en hij er ook steeds meer moeite mee kreeg om haar te verzorgen.
Het was zwaar om je vrouw zo achteruit te zien gaan.
Hij werd ook ouder, was nog redelijk gezond dat wel, maar geestelijk was het best moeilijk en zwaar om de hele dag zijn vrouw te verzorgen.
Geen minuut kon hij haar alleen laten en dat was moeilijk..
Maar hij wilde zolang het kon voor haar zorgen. Ze waren zo aan elkaar verknocht.
Binnenkort zou hij een gesprek met de arts hebben, die zou hier thuis komen en hij zag er tegen op.
Zijn twee oudste kinderen zouden erbij aanwezig zijn zodat ze ook mee konden beslissen als er iets beslist moest worden.
Hij vond het zwaar om alleen een besluit te moeten nemen.
Natuurlijk, hij had het laatste woord, maar soms zagen en hoorde anderen meer dan jezelf wilde zien of horen. Hij keek naar zijn vrouw, ze zat aan tafel en keek wezenloos naar buiten.
Alsof niets er meer toe deed, zijn hart kromp ineen.

Een week later!

Het gesprek had inmiddels plaats gevonden en de arts vond het nu echt het beste dat zijn vrouw naar een verpleegtehuis zou gaan.
Hij had haar aangemeld en er zou, zo spoedig mogelijk als er plaats was, contact met hem worden opgenomen.
Zijn kinderen en hij hadden geluisterd, vragen gesteld, en gezegd er over na te denken.
Hij had er met alle kinderen over gesproken,  de meningen waren verdeeld. Van, ja pap het is het beste als mama ergens goed verzorgd gaat worden. Tot, nee pap probeer mama nog thuis te houden.
Maar alle kinderen beseften wel dat zij er af en toe waren en de zorg wel helemaal op hem terechtkwam.
Hij moest uiteindelijk de beslissing  nemen en dat viel hem zwaar, vreselijk zwaar.
Diep in zijn hart wist hij dat hij het niet lang meer kon volhouden, het was te zwaar voor hem.

Een half jaar later!

De beslissing was gevallen zo’n drie maanden geleden. Zijn vrouw was opgenomen in een verpleegtehuis. Het was hem zwaar, zeer zwaar gevallen, hij had er nog steeds heel veel moeite mee.
Hij hier, zonder zijn vrouw, waar hij 60 jaar dag en nacht mee samen was geweest.
Zij daar, alleen, zonder hem.
Iedere dag ging hij er naar toe, maar heel af en toe herkende ze hem nog.
Zijn hart was verscheurd, het leven had voor hem geen zin meer.
Maar zolang zijn vrouw er was en zolang hij nog er heen kon gaan zou hij iedere dag naar…zijn vrouw…gaan.
Want zijn vrouw en hij waren …een….. tot de dood hun zou scheiden en daar kon geen verpleegtehuis een einde aan maken.
Alleen sloeg hij zich er door heen, met steun van zijn kinderen en met de herinnering van goede, hele goede tijden.
En als hij bij zijn vrouw was en heel even die twinkeling weer in haar ogen zag, dan wist hij dat hij een lot uit te loterij had gehad.
Zijn vrouw, een vrouw die bijna niet te vinden was, had hij gehad…en had hij nog… al was het op wat afstand.
Hij was rijk om samen met haar een leven te hebben mogen delen.
De tranen biggelden over zijn wangen, tranen van ontroering dit keer.

© 2004     Mar Klavier  ( Patricia )  2004