Masker

Aarzelend stond ze voor haar kast,
en hield haar dagelijkse masker vast.

Een masker met een vrolijke lach,
die droeg ze namelijk iedere dag.

Ze had pijn en verdriet,
maar dat masker lag er niet.

Kon ze maar eens zichzelf zijn,
met al haar verdriet en pijn.

Niet zeggen , O het gaat goed met mij,
niet doen alsof ze was zo blij.

Maar dat wilden de mensen niet,       
zij konden niet omgaan met pijn en verdriet.

Dus pakte ze maar het masker met de vrolijke lach,
als gegoten zat hij weer die dag.

  Patricia © 2006